“En dit goede nieuws van het Koninkrijk zal op de hele bewoonde aarde worden gepredikt
als een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen.” — Mattheüs 24:14.
Van alle prachtige leringen die Jezus met ons deelde, kwam het onderwerp ‘Gods Koninkrijk’ vrij vaak ter sprake. Hij gebood zijn discipelen, de christenen, zelfs om het goede nieuws van het Koninkrijk aan de hele bewoonde wereld te prediken. — Mattheüs 10:1-11, 24:14, Lukas 4:43, 8:1, 10:1, 10:9, Handelingen 5:42, 10:42.
Jezus’ opdracht om het goede nieuws van het Koninkrijk te prediken geldt niet alleen voor de christenen uit de eerste eeuw, maar ook voor de christenen van vandaag. Maar wat betekent dat? Wat is Gods Koninkrijk? Wat zal Gods Koninkrijk doen? Wat betekent het dat Gods Koninkrijk zal komen? Hoe zal Gods Koninkrijk Gods plan om de mensheid van alle lijden te bevrijden, vervullen? We zullen de antwoorden in de Schrift vinden. Maar eerst, hoe is de huidige situatie met de aardse regeringen?
Laten we eens kijken naar de regeringen op aarde. Deze regeringen bestaan uit mannen en vrouwen. Net als wij zijn zij mensen. Maar we hebben allemaal hetzelfde probleem: we zijn onvolmaakt. En we kunnen allemaal fouten maken. Dit geldt dus ook voor de mannen en vrouwen die in de aardse regeringen werken — en bijgevolg ook voor de regeringen zelf.
Regeringen over de hele wereld worden gefinancierd door hun burgers, voornamelijk door middel van belastingen en heffingen. Deze geldstroom kan kansen voor corruptie creëren. Mensen kunnen geld stelen of regeringen omkopen om belastingen te verlagen of gunstige wetten aan te nemen. Dit zijn ernstige kwesties, maar macht en rijkdom leiden vaak tot corruptie. Als mensen niet oppassen, kan corruptie de overhand krijgen. Vooral wanneer hoge regeringsleiders verkeerde beslissingen nemen, kan de hele regering hierdoor worden beïnvloed en zullen burgers hieronder lijden.
Gods Woord, de Bijbel, beschrijft het aardse politieke systeem en zijn uitvoerende macht op een bijzondere manier. In Openbaring hoofdstuk 13 worden ze afgebeeld als “het beest met zeven koppen en tien horens”. Het beest, dat zelfs geen echte naam waardig is, krijgt van God de naam “666”. Wat betekent die naam of dat getal? Het getal 6 kan verwijzen naar iets onvolmaakt, een mislukking of een vijand van God. Het feit dat het drie keer voorkomt, benadrukt de betekenis ervan. Het getal 666 betekent dus dat het beest vanuit Gods perspectief ‘totale onvolmaaktheid’, een ‘totale mislukking’ of een ‘totale vijand van God’ belichaamt. — Openbaring 13:17-18, Daniël 2:31-45.
Een ander aspect van regeringen op aarde is dat ze alleen problemen kunnen aanpakken waarvan ze zich bewust zijn en kwesties kunnen behandelen die binnen hun mogelijkheden liggen. In eerdere hoofdstukken werd Satan duidelijk beschreven als een massamoordenaar, bedrieger en misleider, die veel ellende en rampspoed op aarde veroorzaakt. Maar Satan is onzichtbaar; hij is een geest. Kunnen aardse regeringen iets doen aan Satan en de problemen die hij veroorzaakt? Dat kunnen ze niet. Vooral nu Satans laatste strijd zich over de hele aarde ontvouwt, de ‘weeën van benauwdheid’ (die al plaatsvinden) en het toenemende lijden dat leidt tot het begin van de Grote Verdrukking, zullen de mensen op aarde uiterst moeilijke tijden tegemoet gaan. De echte oplossing voor deze problemen ligt daarom niet bij aardse regeringen. — Marcus 13:19, Daniël 12:1, Mattheüs 24:21-22.
*Opmerking: God wil dat we gehoorzaamheid en goed gedrag tonen jegens aardse autoriteiten, maar altijd meer gehoorzaamheid tonen jegens God en Zijn Koninkrijk. — Handelingen 5:29, Romeinen 13:1-2, Titus 3:1, 1 Petrus 2:13-14, Johannes 19:10-11.
De problemen en het lijden op aarde zullen dus toenemen. De ‘weeën van benauwdheid’ zijn al aan de gang en de Grote Verdrukking nadert. Er zal complete chaos op aarde ontstaan. Wat kunnen we doen? Wat kunnen we doen? God, help ons alstublieft, help ons alstublieft!
In Zijn grootheid en liefde voor de mensheid heeft onze hemelse Vader, de enige ware God, de almachtige Schepper, al een plan gemaakt om ons te helpen! Toen Jezus ons leerde hoe we moesten bidden in zijn modelgebed, zei hij: “Laat uw Koninkrijk komen.” Laat uw Koninkrijk komen... Gods Koninkrijk moet wel iets heel belangrijks zijn als Jezus ons zegt om voor de komst ervan te bidden, toch? Ja, dat is het zeker!
In de bovenstaande paragraaf werd uitgelegd hoe aardse regeringen volkomen onbekwaam zijn om opkomende problemen op te lossen. Voor de almachtige Schepper is echter niets onmogelijk. Is er een probleem dat te groot is voor Hem om op te lossen? “Want bij God is niets onmogelijk.” — Lukas 1:37.
In Zijn onvoorstelbare liefde voor de mensheid heeft God gepland om een regering in de hemel te vestigen. En niet zomaar een regering — een regering die in elk opzicht de capaciteiten en eigenschappen van alle huidige aardse regeringen overtreft!
Een regering die alle problemen zal oplossen — geen uitdaging zal te groot zijn — zelfs de complete chaos en ellende veroorzaakt door Satans eindstrijd! Een regering die een paradijs op aarde zal creëren. Een regering die wereldvrede zal brengen! Een regering die een einde zal maken aan de opwarming van de aarde! Een regering die de oorzaak van het probleem zal aanpakken, namelijk Satan de Duivel en zijn leger. Een organisatie die niet vatbaar is voor corruptie. Ze zal geen steekpenningen aannemen, zelfs niet één keer!
Een organisatie die vrij is van elke onvolmaaktheid, vrij van elke tekortkoming en vrij van fouten. Ze zal ook dienen als het hoogste gerechtshof, dat rechtvaardig oordeelt! Geen fouten, geen vergissingen, alles volgens Gods rechtvaardige wegen.
Een organisatie die ook Gods leger is. Een machtig leger dat zijn burgers beschermt en nooit onschuldigen kwaad doet! Een leger van talloze legioenen getrouwen die in de hemel wonen. Zij die loyaal zijn aan de hemelse Vader! Zij die dag en nacht Zijn wil doen! Zij die stralen als de zon! Zij die dag en nacht lofliederen voor Hem zingen!
Een drie-in-één organisatie onder één naam. De hoogste regering, het hoogste gerechtshof en het hoogste leger — opgericht door de Hoogste der Hogen, door God Almachtig, onze hemelse Vader!
En de naam ervan is... Gods Koninkrijk!
*Gejuich* “Ja!! Dank u, hemelse Vader, Gods Koninkrijk is de oplossing die we nodig hebben!” en “Ja!! Gods Koninkrijk is de regering die we willen!”
“De zevende engel blies op zijn bazuin. En er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: “Het koninkrijk van de wereld is het koninkrijk van onze Heer en van zijn Christus geworden, en hij zal voor eeuwig en altijd als koning regeren.” — Openbaring 11:15.
“In de dagen van die koningen zal de God van de hemel een koninkrijk oprichten dat nooit zal worden vernietigd. En dit koninkrijk zal niet aan een ander volk worden doorgegeven. Het zal al deze koninkrijken verpletteren en beëindigen, en alleen dit koninkrijk zal voor eeuwig blijven bestaan.” — Daniël 2:44.
Is dat niet prachtig? Gods Koninkrijk, een regering die door onze hemelse Vader zelf is opgericht, die Gods wil volmaakt uitvoert en alle problemen zal oplossen, en een paradijs op aarde zal vestigen. Waar is deze bijzondere regering gevestigd? Bevindt zij zich op aarde? Nee. Gods Koninkrijk is niet op aarde gevestigd, maar in de hemel. Zijn leiders en leden zijn geestelijke wezens, en zijn volmaaktheid en andere eigenschappen overtreffen de menselijke normen ver, en daarom is het niet op aarde gevestigd, maar in de hemel. — Mattheüs 4:17, Openbaring 3:12, 5:9-10, 21:2, 21:16.
Gods Woord vertelt ons meer over Gods Koninkrijk; laten we eens kijken wat Openbaring hoofdstuk 12 onthult. God toonde Johannes een visioen van “een groot teken in de hemel”. Hij zag dat Gods “vrouw” (Zijn organisatie van geestelijke wezens in de hemel) zwanger is en een mannelijk kind baart. Dit symbolische kind zal spoedig “alle volken met een ijzeren staf hoeden”. Maar toen zag hij dat het kind werd weggevoerd naar God en naar Zijn troon — Openbaring 5:9-10, 12:1-5.
Dit mannelijke kind dat Johannes in zijn visioen zag, vertegenwoordigt Gods Koninkrijk. Het hele hoofdstuk van Openbaring 12 geeft veel inzicht in Gods Koninkrijk. Satan, de grote draak, staat naast Gods “vrouw” om het kind dat zij baart te verslinden. God beschermt het kind echter en brengt het naar een veilige plaats. — Openbaring 12:6.
Toen brak er een oorlog uit in de hemel. Aartsengel Michaël (hoofdengel) en zijn engelen vochten tegen de draak, en de draak en zijn engelen vochten terug. Jezus vocht een oorlog tegen Satan en zijn demonen. Maar Satan en zijn demonen konden niet zegevieren en werden de hemel uitgeworpen. De grote draak werd op de aarde geworpen, en zijn engelen werden met hem geworpen. — Openbaring 12:9.
Dan gaat het visioen van Johannes verder: “Ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn de redding, de macht en het koninkrijk van onze God en de autoriteit van zijn Christus gekomen, omdat de aanklager van onze broeders is neergeworpen, die hen dag en nacht aanklaagt voor onze God!’” — Openbaring 12:10.
Dit is een van de machtige daden van Gods Koninkrijk: Jezus en zijn leger strijden tegen Satan en zijn demonen en werpen hen uit de hemel. Zo wordt de hemel gezuiverd van boosdoeners en wordt Gods wil daar volkomen vervuld! Hoe mooi! Het geeft ons grote hoop voor de toekomstige vervulling van Gods beloften om Satan en zijn demonen definitief te vernietigen. Gods leger laat hiermee zien dat het hier ruimschoots toe in staat is!
Hoe gaat het visioen dat aan Johannes werd gegeven verder?
“Wees daarom blij, jullie hemelen en jullie die daarin wonen! Wee de aarde en de zee, want de Duivel is naar jullie toe gekomen met grote woede, wetende dat hij nog maar korte tijd heeft.” — Openbaring 12:12.
Het is een waarschuwing voor de bewoonde aarde, omdat Satan en zijn demonen naar de aarde zijn geworpen en razend zijn; ze weten dat ze nog maar weinig tijd hebben en doen er daarom alles aan om over de hele aarde een hoop ellende te veroorzaken!
We hoeven Satan en zijn leger niet te vrezen, maar het laat zien hoe belangrijk het is om voor de Ware christelijke levensstijl te kiezen. Daardoor worden we goed beschermd door de Almachtige God en Zijn machtige leger!
Toen de Farizeeën Jezus vroegen wanneer het Koninkrijk van God zou komen, antwoordde hij: “Het Koninkrijk van God komt niet met opvallende zichtbaarheid; noch zullen mensen zeggen: ‘Zie hier!’ of ‘Daar!’ Want kijk! Want kijk! Het Koninkrijk van God is in jullie midden.” — Lukas 17:20-21.
Op basis van die uitleg vertelde Jezus ons dat Gods Koninkrijk al onder hen was, omdat hij in hun midden was. Gods Koninkrijk was echter nog niet volledig gevestigd. (Zie verder de paragraaf “Wanneer werd Gods Koninkrijk gevestigd?”). Jezus moet een belangrijke positie in Gods Koninkrijk bekleden, voldoende om het zelf te vertegenwoordigen.
Het wordt steeds beter! De profeet Daniël legt verder uit: “Ik bleef kijken in de visioenen van de nacht, en zie! Met de wolken van de hemel kwam iemand als een mensenzoon; en hij kreeg toegang tot de Oude van dagen, en zij brachten hem dicht bij Hem. En aan hem werd heerschappij, eer en een koninkrijk gegeven, opdat alle volken, naties en taalgroepen hem zouden dienen. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die niet zal voorbijgaan, en zijn koninkrijk zal niet vernietigd worden.” — Daniël 7:13-14.
En Paulus schreef in zijn brief aan de Efeziërs: “die hij ten aanzien van Christus heeft uitgeoefend toen hij hem uit de dood opwekte en hem aan zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven elke regering en autoriteit en macht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in dit bestel, maar ook in het komende.” — Efeziërs 1:20-21.
Jezus is het hoofd van Gods Koninkrijk! In volle glorie en majesteit is hij door God uit de dood opgewekt en heeft hij het Koninkrijk van God gekregen — om op een liefdevolle, machtige en rechtvaardige manier over de aarde en haar inwoners te heersen! Welke koning zouden we ons nog meer kunnen wensen dan degene die door de almachtige God zelf is aangesteld?
Tijdens Jezus’ tijd op aarde heeft hij al laten zien dat hij liefdevol, nederig, zorgzaam, geduldig, rechtvaardig en loyaal is — en altijd doet wat juist is. Wat een zegen is het om Jezus als onze Koning te hebben!
En aangezien Jezus en zijn leger het leger van Satan al eens hebben verslagen, en vanwege de wonderen die hij op aarde heeft verricht, weten we dat Jezus zeker een machtige Koning is! Hij is zeker in staat om alle problemen op te lossen! Jezus zei: “Ik heb alle autoriteit in de hemel en op aarde gekregen.” — Mattheüs 28:18.
Jezus, de volmaakte Koning, in al zijn glorie, majesteit en macht, zal volmaakte omstandigheden op aarde tot stand brengen. *Zucht* Wat een prachtige tijd om naar uit te kijken!
Is Jezus de enige die deel uitmaakt van het leiderschap van Gods Koninkrijk? Laten we eens kijken wat Gods Woord hierover zegt! Openbaring hoofdstuk 5 legt uit dat er een kleine groep mensen is gekozen om samen met Jezus te regeren in het Koninkrijk. Jezus noemde hen liefdevol de ‘kleine kudde’. — Lukas 12:32.
Maar hoe wordt deze groep samengesteld? Tijdens zijn leven op aarde koos Jezus persoonlijk zijn 12 apostelen uit. — Lukas 6:12-16. Maar als het gaat om de gehele groep van 144.000 mederegeerders — de Bruidsklasse — is het onze hemelse Vader zelf die hen trekt en uitkiest, met Jezus Christus als de tussenpersoon en bemiddelaar! — Johannes 6:44, 14:6, 1 Timotheüs 2:5. Jezus legde dit zelf uit toen hij zei dat de plaatsen in het Koninkrijk bestemd zijn voor degenen voor wie de Vader ze heeft bereid. — Mattheüs 20:23.
Samen met Jezus zullen deze 144.000, die uit de mensheid zijn gekocht, als koningen en priesters regeren vanuit de hemel over de aarde en recht spreken over de twaalf stammen van Israël. En samen met hun Koning, Jezus Christus, zullen zij werken aan de volledige vervulling van al Gods prachtige beloften voor de mensheid! — Mattheüs 19:28, Openbaring 5:9-10, 14:1-5, 20:4-6.
Ze zijn voor een zeer hoge prijs van de mensheid gekocht: met het bloed van Jezus! Tijdens hun tijd op aarde zal het hun taak zijn om te dienen als Gods autoriteit en Zijn officiële informatiekanaal (naast Gods Woord, de Bijbel). Ze zullen het ‘geestelijke voedsel’, de informatie van God, aan de mensen op aarde verstrekken. Ze zijn de vertegenwoordigers van Jehovah God, Jezus Christus en Gods Koninkrijk. — Lukas 22:29-30, Openbaring 5:10, 22:17.
Komen de leden van de Bruidsklasse uit de hemel, zoals Jezus? Nee, ze zijn op aarde geboren, net als iedereen. En daarom zijn ze ook onvolmaakt, net als anderen. Maar ze zijn geroepen en gekozen om mederegeerders in het Koninkrijk te zijn! Samen met Jezus zullen zij duizend jaar regeren, de mensheid helpen om volmaaktheid te bereiken en het paradijs op aarde tot stand brengen! — Mattheüs 19:28, Romeinen 8:17, Openbaring 20:1-4, 14:1, Psalm 37:29.
“Zij zingen een nieuw lied: ‘U bent het waard de boekrol te nemen en de zegels te openen, want u bent geslacht en met uw bloed hebt u mensen voor God gekocht uit alle stammen, talen, volken en landen. U hebt ze gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters voor onze God, en ze zullen als koningen over de aarde regeren.’” — Openbaring 5:9-10.
Jezus zei tegen hen: “Ik verzeker jullie: in de herschepping, als de Mensenzoon op zijn verheven troon gaat zitten, zullen jullie, mijn volgelingen, op 12 tronen zitten en de 12 stammen van Israël oordelen.” — Mattheüs 19:28.
“Toen zag ik, en zie! Het Lam stond op de berg Sion, en met hem 144.000 die zijn naam en de naam van zijn Vader op hun voorhoofd geschreven hadden” — Openbaring 14:1.
“Op dat moment zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft, laat hij horen.” — Mattheüs 13:43.
“Wees niet bang, kleine kudde, want jullie Vader heeft het goed gevonden jullie het Koninkrijk te geven.” — Lukas 12:32.
De voorbereiding van een bruiloft kost altijd tijd. Maar deze bruiloft, een koninklijke aangelegenheid, is verre van een gewone bruiloft! Het is een bruiloft die in de hemel zal plaatsvinden tussen het Lam van God en zijn bruid! En de voorbereidingen daarvoor zijn al bijna 2000 jaar aan de gang!
Binnenkort zal vreugdevolle muziek het paleis van de Koning vullen en zullen hemelse liederen klinken: “Loof Jah, want Jehovah, onze God, de Almachtige, is als koning gaan regeren! Laten we blij zijn en juichen en hem eren, want de bruiloft van het Lam is aangebroken en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. Ze mag zich kleden in glanzend, zuiver, fijn linnen — want het fijne linnen staat voor de rechtvaardige daden van de heiligen.” — Openbaring 19:6-8.
De bruidegom, onze Koning Jezus Christus, heeft zich ook voorbereid op de bruiloft met prachtige bruidskleding — kleding met de fijnste geuren, zoals mirre, aloëhout en kassie, zoals beschreven in Psalm 45:8-9. Hij kijkt vol verwachting uit naar de hereniging met zijn bruid!
Ook de bruid heeft zich voorbereid op de bruiloft. Psalm 45 beschrijft op prachtige wijze het huwelijk van het Lam van God, en in vers 13 wordt de bruid beschreven als ‘absoluut schitterend’.
Het wordt nog mooier! In Openbaring 21:2 beschrijft Johannes de bruid als een ‘hemelse stad’ genaamd ‘Nieuw Jeruzalem’, die ‘versierd is voor haar man’. De hemelse stad ziet er prachtig uit en straalt van ‘de heerlijkheid van God’, glanzend als een kostbare edelsteen, vergelijkbaar met een kristalheldere jaspissteen — Openbaring 21:10-11. Ze heeft een grote, hoge muur met twaalf poorten, die elk door een engel worden bewaakt. De muur is gemaakt van jaspis en de stad zelf bestaat uit puur goud, als transparant glas — Openbaring 21:18-21.
Verder beschrijft Johannes de bruid als “prachtig gekleed in stralend, rein, fijn linnen” — Openbaring 19:8.
“Laten we ons verheugen en ons verheugen en hem eer geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. Ja, het is haar gegeven om gekleed te gaan in stralend, schoon, fijn linnen — want het fijne linnen staat voor de rechtvaardige daden van de heiligen.” — Openbaring 19:7-8.
De belofte van hemels leven is een unieke en bijzondere hoop die in de Bijbel gereserveerd wordt voor een specifieke groep: de ‘kleine kudde’, de ‘eerstelingen’ ofwel de Bruidsklasse — Lukas 12:32, Openbaring 14:4. Terwijl de grote schare uitziet naar eeuwig leven op een herstelde aarde, is de bestemming van de Bruidsklasse om samen met Jezus in de hemel te regeren. Maar wanneer vindt deze hemelse opstanding precies plaats? Gaan zij direct na hun dood naar de hemel, of moesten zij wachten? Laten we snel Gods Woord erbij pakken, om te kijken of we deze vraag kunnen beantwoorden.
Een hoop die pas begon bij Jezus Christus
Allereerst is het belangrijk vast te stellen dat er vóór de komst van Jezus Christus niemand naar de hemel ging. Jezus zelf was hier heel duidelijk over toen hij zei: “Bovendien is geen mens tot in de hemel opgestegen, behalve hij die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon” — Johannes 3:13. Trouwe mannen en vrouwen uit de oudheid, zoals Abraham, Mozes en David, stierven en gingen naar het graf met de hoop op een aardse opstanding. Zelfs van koning David zei de apostel Petrus stellig: “David is immers niet naar de hemel opgestegen” — Handelingen 2:34.
De Bijbel bevestigt in Hebreeën 11:39-40 dat deze trouwe mannen en vrouwen uit de oudheid de vervulling van de belofte nog niet kregen, omdat God voor de hemelse eerstelingen “iets beters had voorzien”. Pas nadat deze hemelse groep, de Bruidsklasse, compleet is gemaakt, zullen de getrouwen van vroeger op aarde opgewekt worden.
De weg naar de hemel werd pas geopend nadat Jezus zijn offer had gebracht. Tijdens het Laatste Avondmaal, vlak voor zijn dood, sloot Jezus een speciaal verbond met zijn trouwe apostelen voor een hemels koninkrijk — Lukas 22:28-30. Jezus zelf was de allereerste die uit de dood werd opgewekt tot hemels leven. Hij was daarmee “de eersteling van hen die in de dood ontslapen zijn” — 1 Korintiërs 15:20. Zonder zijn opstanding zou er voor niemand een hemelse opstanding mogelijk zijn. De daadwerkelijke uitnodiging voor deze hemelse hoop begon voor zijn volgelingen pas na Jezus’ hemelvaart, met de uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren. Zoals Efeziërs 1:13-14 uitlegt, werden zij vanaf dat moment “verzegeld met de beloofde Heilige Geest”, wat als een voorschot diende op hun hemelse erfenis en uiteindelijke verlossing.
Wachten in het herinneringsgraf
Wat gebeurde er met de apostelen en andere leden van de Bruidsklasse die in de eerste eeuw stierven? Gingen zij, na de hemelvaart van Jezus, onmiddellijk na hun dood naar de hemel? De Bijbel laat zien dat dit niet het geval was. Net als de rest van de mensheid gingen zij bij hun dood naar het herinneringsgraf, waar zij zich in een staat van volledige onbewustheid bevonden — de doodsslaap.* — Prediker 9:5, 10.
*Zie hoofdstuk “7.5 - Wat gebeurt er na onze dood?”
Jezus zelf wees al naar een moment in de toekomst toen hij zei dat iedereen die de zoon erkent, eeuwig leven zal hebben en dat hij hem of haar “zal opwekken op de laatste dag” — Johannes 6:40. Voor de Bruidsklasse betekende dit letterlijk wachten in het graf tot die beloofde periode. We weten dit heel zeker, omdat de apostel Paulus, toen hij het einde van zijn leven voelde naderen, niet zei dat hij onmiddellijk na zijn dood zijn beloning in de hemel in ontvangst zou nemen. In plaats daarvan schreef hij: “Vanaf nu ligt de kroon van de rechtvaardigheid voor mij klaar, die de Heer, de rechtvaardige rechter, mij op die dag als beloning zal geven, en niet alleen aan mij, maar aan allen die zijn verschijning hebben liefgehad” — 2 Timoteüs 4:8. Paulus wist heel goed dat hij in de dood zou ‘slapen’ en zou moeten wachten op ‘die dag’ — de tijd van Jezus’ wederkomst en zijn verschijning. De hemelse opstanding begon dus niet in de eerste eeuw; het was iets dat in de toekomst lag.
De Eerste Opstanding: Tijdens Jezus’ wederkomst
De Bijbel noemt de opstanding tot hemels leven “de eerste opstanding” — Openbaring 20:6. Deze begint niet op een willekeurig moment, maar is door de Bijbel nadrukkelijk gekoppeld aan de tijd van Jezus Christus’ aanwezigheid (Grieks parousia: de periode die begint met zijn wederkomst). En in 1 Korintiërs 15:23 legt Paulus de juiste volgorde van de opstanding uit: “Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, daarna, tijdens zijn aanwezigheid, degenen die bij de Christus horen.”
Wanneer Jezus Christus terugkeert in Koninkrijksmacht om zijn aandacht op de aarde te richten, vindt de indrukwekkendste fase van deze opstanding plaats. De leden van de Bruidsklasse die eeuwenlang trouw in de dood hebben geslapen — mannen zoals Petrus, Johannes en Paulus — worden op dat moment als eersten opgewekt tot onsterfelijk leven in de hemel.
Een ogenblikkelijke verandering
Maar wat gebeurt er met de leden van de kleine kudde die nog in leven zijn tijdens de periode van Jezus’ tegenwoordigheid? Gaan zij, wanneer zij sterven, ook in het herinneringsgraf om te wachten? Nee. Zodra de hemelse opstanding is begonnen met het opwekken van degenen die in het verleden zijn gestorven, treedt er voor de gezalfden die daarna sterven een verandering op.
Zij hoeven niet meer in de doodsslaap, Gods herinneringsgraf, te wachten. Zodra zij in getrouwheid hun aardse loopbaan eindigen in de dood, worden zij “in een oogwenk” veranderd. Ze sterven als mensen van vlees en bloed, maar worden onmiddellijk, zonder in het herinneringsgraf te hoeven wachten, opgewekt als machtige geestelijke wezens — 1 Korintiërs 15:51-52. Paulus voegt daar in 1 Korintiërs 15:53, 54 aan toe dat dit “vergankelijke onvergankelijkheid moet aandoen”; zij ontvangen onsterfelijk leven om als koningen te kunnen regeren. Hoe die heerlijke geestelijke staat er precies uitziet, was zelfs voor de apostelen in de eerste eeuw nog deels een mysterie. Toch kon de apostel Johannes vol vertrouwen schrijven in 1 Johannes 3:2 “Wel weten we dat wanneer hij geopenbaard wordt, wij als hij zullen zijn, want we zullen hem zien zoals hij is.”
Vlak voordat de huidige wereld zijn beslissende einde vindt in de oorlog van Armageddon, zal de Bruidsklasse compleet gemaakt worden. Jezus beloofde dat hij zijn engelen met luid bazuingeschal zou uitzenden om zijn ‘uitverkorenen’ vanuit alle windstreken te verzamelen — Mattheüs 24:31. Als de laatste leden van de kleine kudde die nog op aarde leven hun werk hebben voltooid, zal Jezus hen tot zich nemen, zodat de hele Bruidsklasse veilig met hem in de hemel verenigd is. Dit is precies wat Jezus zijn volgelingen beloofde toen hij zei: “Ik kom terug en zal jullie thuis bij me ontvangen, zodat jullie zullen zijn waar ik ben” — Johannes 14:3.
Pas als deze voltallige hemelse regering, bestaande uit Christus en zijn gezalfde broeders en zusters, compleet en geïnstalleerd is, kan de grote schare op aarde, na de Armageddon plaatsgevonden heeft, de overweldigende zegeningen van hun hemelse regering gaan ervaren.
“Want de Heer zelf zal met een bevelende roep, met de stem van een aartsengel en met Gods bazuin uit de hemel neerdalen, en de doden in Christus zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die achterblijven, samen met hen op de wolken worden opgenomen om de Heer in de lucht te ontmoeten; en zo zullen wij altijd bij de Heer zijn.” — 1 Tessalonicenzen 4:16-17.
“Luister, ik vertel jullie een heilig geheim: we zullen niet allemaal in de dood ontslapen, maar we zullen allemaal veranderd worden, in een moment, in een oogwenk, tijdens de laatste bazuin. Want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt, en wij zullen veranderd worden.” — 1 Korintiërs 15:51-52.
“In het huis van mijn Vader zijn veel woningen. Anders zou ik het jullie hebben verteld, want ik ga erheen om een plaats voor jullie klaar te maken. En als ik heenga en een plaats voor jullie klaarmaak, kom ik terug en zal ik jullie thuis bij me ontvangen, zodat jullie zullen zijn waar ik ben.” — Johannes 14:2-3.
Voorwoord — de correctie: in een eerdere versie berekenden we hier 1912-1913 uit Daniël 4 als oprichtingsdatum. Die berekening trekken we in. Daniël 4 zelf kondigt geen tweede vervulling aan, en Jezus vertelde dat het niet aan ons (mensen) is om de tijden te kennen — Mattheüs 24:36, Handelingen 1:7. De datum is dus onbekend. Hieronder leggen we stap voor stap en in eenvoudige woorden uit waarom, zodat u het zelf kunt verifiëren.
Het oude Jeruzalem was verwoest in 587/586 v.Chr. De stad was in brand gezet. De tempel was met de grond gelijk gemaakt. De mensen waren in paniek. De mensen voelden zich verslagen. “Oh mijn God, wat moeten we nu?!” “God, help ons, help ons alstublieft!”.
Maar... nu het oude verwoest was, konden de mensen zich volop verheugen op een nieuw Jeruzalem! Gods Woord geeft namelijk aan dat er een ander Jeruzalem zou komen, een hemels Jeruzalem, en een nieuw Koninkrijk dat op de hemelse berg Sion gevestigd zou worden! Een ultieme regering van God! Die alle narigheid (in de toekomst) ten einde zal brengen! Een ultieme regering, die het paradijs op aarde zal brengen! En de Koning daarvan zou uit de lijn van David komen! — Psalm 2:6-7, Hebreeën 5:5, Openbaring 14:1-3.
En God voorspelde dat Hij het koningschap zou schenken aan “degene die het wettelijke recht heeft” — Ezechiël 21:25-27. Wie heeft het wettelijke recht om het koningschap te ontvangen? Gods Woord identificeert Jezus Christus als degene met het wettelijke recht om het eeuwige koninkrijk te erven! — Lukas 1:30-33.
Eerst bekijken we hoe de oude berekening was opgebouwd.
Laten we beginnen met het onderzoeken van de profetieën in Daniël hoofdstuk 4. Daniël hoofdstuk 4 beschrijft hoe koning Nebukadnezar een droom van God kreeg die hem angstig maakte. In de visioenen die hij zag, zag hij “een boom in het midden van de aarde, en zijn hoogte was enorm. De boom groeide en werd sterk, en zijn top reikte tot aan de hemel, en hij was zichtbaar tot aan de uiteinden van de hele aarde”. — Daniël 4:10-11.
Toen zag hij een wachter, een heilige, uit de hemel neerdalen, die luid riep om de boom om te hakken, maar de stronk met zijn wortels in de grond te laten staan, omwikkeld met ijzer en koper. — Daniël 4:13-16.
De wachter vervolgt: “Laat zijn hart veranderen van dat van een mens, en geef hem het hart van een beest, en laat zeven tijden over hem heen gaan. Dit is het besluit van de wachters, en het verzoek is op grond van het woord van de heiligen, opdat de levende mensen weten dat de Allerhoogste heerser is in het koninkrijk van de mensheid en dat hij het geeft aan wie hij wil, en dat hij zelfs de laagste van de mensen daarover aanstelt.” — Daniël 4:16-17.
Koning Nebukadnezar was bang en wilde begrijpen wat zijn droom betekende. Hij gaf opdracht alle wijzen van Babylon voor hem te brengen om de droom te verklaren. Toen de magische priesters, de tovenaars, de Chaldeeën en de astrologen arriveerden, konden zij de droom niet voor hem interpreteren. Uiteindelijk kwam de profeet Daniël voor hem. De koning vertelde Daniël over de droom en Daniël begon deze te interpreteren.
Daniël schrok even en zei tegen de koning: “O mijn heer, moge de droom betrekking hebben op degenen die u haten, en de uitleg ervan op uw vijanden.” Daniël begreep namelijk wat de droom betekende, en het was geen prettige voorspelling van wat koning Nebukadnezar zelf te wachten stond.
Toen begon Daniël de droom te interpreteren: “De boom die u zag, die groot en sterk werd, waarvan de top de hemel bereikte en zichtbaar was voor de hele aarde, dat bent u, o koning, want u bent groot en sterk geworden en uw grootsheid is gegroeid en reikt tot aan de hemel”. En “de wachter die zei: ‘Houw de boom om en vernietig hem, maar laat de stronk met zijn wortels in de grond staan’, betekent dat het het besluit van de Allerhoogste is dat mijn heer, de koning, moet overkomen. Je zult worden verdreven uit het midden van de mensen, en je verblijfplaats zal zijn bij de dieren van het veld” en “zeven tijden zullen over je heen gaan, totdat je weet dat de Allerhoogste Heerser is in het koninkrijk van de mensheid en dat Hij het schenkt aan wie Hij wil” en “maar omdat ze zeiden dat de stronk van de boom met zijn wortels moest blijven staan, zal je koninkrijk weer van jou zijn nadat je hebt ingezien dat de hemel regeert”. — Daniël 4:20-27.
Dus... God gaf koning Nebukadnezar een visioen over *zijn eigen* heerschappij, die onderbroken zou worden totdat hij erkende dat de Allerhoogste Heerser is. Daniël 4:20-27 zegt uitdrukkelijk: “dat bent u, o koning”. De tekst zelf geeft geen tweede betekenis over Gods heerschappij die onderbroken zou zijn. De les van het hoofdstuk is omgekeerd: terwijl een menselijke koning even aan de kant staat voor zeven tijden, blijft God regeren.
God schiep het oude volk Israël als een koninkrijk dat Zijn heerschappij op aarde zou vertegenwoordigen. De koningen van Israël waren Zijn ware vertegenwoordigers. Maar omdat de heersers ontrouw werden, liet God dat koninkrijk ten onder gaan.
Daniël 4:16-17 zegt dat zeven tijden over Nebukadnezar zelf zouden heengaan. Lukas 21:24 spreekt over “tijden van de heidenen” bij vertrapt Jeruzalem, maar Lukas citeert Daniël 4 nergens, noemt geen getal en geen begindatum. Die koppeling is een menselijke brug, geen citaat. Openbaring 12:6, 14 spreekt over 3,5 tijd = 1260 dagen voor de vrouw die veilig wordt gehouden. “Een dag voor een jaar” — Numeri 14:34, Ezechiël 4:6 — geldt daar waar de tekst het erbij zegt; de Bijbel geeft het nergens als algemene regel voor alle profetie. Dus 3,5 tijd x 2 = 2520 dagen = 2520 jaar is een berekening die mensen hebben gebouwd, geen vers. Wij presenteren het niet langer als Gods Woord.
Hoeveel tijd vertegenwoordigt “zeven tijden” in jaren?
Als we Openbaring 12, vers 6 en 14, bekijken, kunnen we erachter komen wat ‘drieënhalve tijd’ betekent. Openbaring hoofdstuk 12 beschrijft de ‘vrouw van God die een kind baart’. Omdat de draak, Satan de Duivel, op de loer lag bij de vrouw om het kind te verslinden zodra het geboren was, beschermde God de vrouw en haar kind. Deze profetie heeft betrekking op Gods Koninkrijk, dat door de vrouw van God werd gebaard. Hoe lang werd de vrouw beschermd? “Een tijd, tijden en een halve tijd”. Drieënhalve tijd! — Openbaring 12:14.
Hoe lang was drieënhalve tijd?
“En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had die door God was voorbereid en waar zij 1260 dagen zouden worden gevoed.” — Openbaring 12:6.
Die 1260 dagen horen bij Openbaring 12, niet bij Daniël 4. We gebruiken ze daarom niet om Daniëls zeven tijden te definiëren. Daniël 4:33 meldt de vervulling aan Nebukadnezar zelf. Er wordt in het hoofdstuk geen tweede vervulling aangekondigd.
Als iemand de ‘zeven tijden = 2520 jaar’-gedachte toch wil testen, dan zou het enige eerlijke begin voor een ‘onderbroken Davidisch koningschap’ de verwoesting van Jeruzalem zijn, toen troon, stad en tempel weg waren — niet 609 v.Chr., toen Josia / Jojakim nog regeerden en de tempel stond. Tot 587 v.Chr. zat er altijd een Davidische koning in Jeruzalem, al was het als vazal. Pas in 587/586 v.Chr. stond de troon leeg — 2 Koningen 25:8-10, Ezechiël 21:25-27.
Dat betekent dat de verwoesting van Jeruzalem valt in 587/586 v.Chr. Hoe komen we aan die datum? Niet uit één enkele bron van informatie, maar vanuit vier aanwijzingen die naar hetzelfde jaar verwijzen:
1. De hemellichamen (sterren, planeten, manen) als klok. Tablet VAT 4956 is als een dagboek: “in het 37e regeringsjaar van Nebukadnezar stonden de maan en planeten op deze en deze posities.” Astronomen kunnen de posities van de hemellichamen terugberekenen met een computer. Het patroon van tablet VAT 4956 past alleen op 568/567 v.Chr. Tel terug naar jaar 18 van dezelfde koning, dan komt u op 587/586 v.Chr., het jaar dat de Bijbel geeft voor de verwoesting van Jeruzalem. — 2 Koningen 25. Schuift u 20 jaar met de berekening om op 609-608-607 v.Chr. te komen, dan kloppen de posities van de hemellichamen niet meer.
2. Zakentabletten / Egibi-archieven dienen als duizenden kassabonnen. Banken en winkels schreven elke dag op: “dag X, maand Y, jaar Z van koning N.” Aan elkaar vormen ze één lange ketting zonder 20 jaar gat: Nabopolassar - Nebukadnezar (43 jaar) - Amel-Marduk - Neriglissar - Nabonidus - Cyrus II 539 v.Chr. Een duidelijke lijn met historische data! Stel dat we 609-608-607 v.Chr. kiezen als datum voor de val van Jeruzalem, dan zou dat een ±20 jaar gat in de historische data opleveren.
3. Een Babylonisch politierapport, Kroniek BM 21946, meldt de inname van Jeruzalem in 597 v.Chr. (koning Jojachin). De jaren daarna lopen rechtdoor naar 587 v.Chr. en dan naar 539 v.Chr.
4. Wat Gods Woord, de Bijbel, zelf vertelt: Ezechiël telt vanaf de wegvoering van Jojachin (597 v.Chr.). Zijn 25e jaar is 573 v.Chr. (Ezechiël 40:1). Koning Zedekia regeerde daarna nog 11 jaar: 597 - 11 = 587. Dat is dezelfde uitkomst die ook uit de kleitabletten naar voren komt!
Over Ptolemaeus (±150 n.Chr.): hij maakte een sterrenlijst van koningen, geen compleet geschiedenisboek. Soms slaat hij een koning over die maar een paar maanden regeerde. Babylon begon het jaar in de lente (Nisan), Juda soms in de herfst (Tisjri). Dat verklaart 1 jaar afwijking. Dus 1 jaar afwijking is normaal. Maar 20 jaar afwijking klopt niet (wanneer men 609-608-607 als jaartal neemt voor de val van Jeruzalem). Dus 587 v.Chr. staat vast — niet dankzij Ptolemaeus, maar omdat de posities van de hemellichamen + kleitabletten (kassabonnen) + kronieken + de Bijbel (Ezechiël 40:1) allemaal hetzelfde vertellen.
Hoe zit het dan met Cyrus en de 70 jaar? Over 539 v.Chr. (val Babel) en 530 v.Chr. (dood Cyrus, 9 jaar regering) — dit wordt bevestigd door dezelfde Babylonische astronomie als hierboven, o.a. tablet BM33066 met twee maansverduisteringen in jaar 7 van Cambyses II.
Cyrus’ decreet in zijn eerste jaar om terug te keren en de tempel te herbouwen — 2 Kronieken 36:22-23, Ezra 1:1-11 — viel tussen 539 en 538 v.Chr. (12 maanden marge door accessie-jaar en Nisan/Tisjri-telling en onduidelijkheid wanneer tijdens die 12 maanden Cyrus de boodschap van God ontving — noem dus altijd een periode, nooit één exact jaar). De 70 jaar in de Bijbel — Jeremia 25:11-12 dienen van Babel, Jeremia 29:10 voor Babel, Zacharia 1:12, Daniël 9:2 — beschrijven 70 jaar overheersing of dienstbaarheid (bijv. 605 v.Chr. eerste wegvoering tot 538 v.Chr. decreet) en 70 jaar tempelloosheid (587 v.Chr. verwoesting tot 516 v.Chr. herbouw van de tempel, Ezra 6:15). Ze dwingen niet af dat 539 min 70 = 609 v.Chr. de verwoestingsdatum is. In 609 v.Chr. regeerde Nabopolassar in Babel, was Josia net bij Megiddo gesneuveld en was Nebukadnezar nog geen koning — Jeruzalem was toen nog niet verwoest (2 Koningen 23-24).
Test het zelf: neem het meest logische begin voor een onderbroken troon, dat is 587 v.Chr., daar tellen we 2520 jaar bij op en vervolgens tellen we er nog 1 jaar bij op als correctie wegens het niet-bestaan van het jaar 0, dan zou de uitkomst komen op 1934 n.Chr. als oprichtingsjaar van Gods Koninkrijk. Niets in Mattheüs 24, Mattheüs 25 of Openbaring beschrijft het jaar 1934 als troonsbestijging. Ook de tekenen op aarde die de mensen zouden zien na de oprichting van Gods Koninkrijk — Gods Koninkrijk opgericht, oorlog in de hemel, Satan en demonen de hemel uitgezet en naar de aarde verbannen, grote schade omdat zij weten dat hun tijd kort is (Openbaring 12:12), daarna uitbraak Eerste Wereldoorlog, oprichting Volkenbond, uitbraak Tweede Wereldoorlog enz. — komen niet overeen met 1934, want de Eerste Wereldoorlog was in 1934 al geweest.
Eerder schreven we: “Conclusie: Gods Koninkrijk werd ergens tussen 1912 en 1913 gevestigd!” Die conclusie trekken we hierbij in.
Conclusie nu: Daniël 4 gaat over Nebukadnezar, vervuld in zijn leven. Het geeft geen tweede vervulling en het biedt geen datum voor herstel van Gods heerschappij: de oprichting van Gods Koninkrijk. Nergens in de Bijbel wordt naar Daniël 4’s zeven tijden terugverwezen voor een toekomstige berekening. De oprichtingsdatum is dus onbekend — en Jezus vertelde dat het niet aan ons (mensen) is om de tijden te kennen. — Handelingen 1:6-7.
Desalniettemin, ondanks dat we de datum van oprichting van Gods Koninkrijk niet kunnen berekenen, is Gods Koninkrijk nog steeds DE ultieme organisatie, opgericht door onze hemelse Vader zelf! Het Koninkrijk dat een einde gaat maken aan alle narigheid, en de aarde tot een paradijs zal maken! En het zal allerlei bijzondere dingen gaan doen voor de mensheid, meer daarover in hoofdstuk 7!
“Maar er is een God in de hemel die geheimen onthult.u Hij heeft koning Nebukadne̱zar bekendgemaakt wat er aan het einde van de dagen zal gebeuren. Dit is uw droom en dit zijn de visioenen die door uw hoofd gingen toen u op uw bed lag:” — Daniël 2:28.
“De zevende engel blies op zijn bazuin. En er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: ‘Het koninkrijk van de wereld is het koninkrijk van onze Heer en van zijn Christus geworden, en hij zal voor eeuwig en altijd als koning regeren.’” — Openbaring 11:15.
“Daarop hoorde ik een luide stem van de troon zeggen: ‘Kijk! De tent van God is bij de mensen, en hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volk zijn. En God zelf zal bij hen zijn. En hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan.’” — Openbaring 21:3-4.
Veel leden van de kerk geloven in de wederkomst van Jezus, en daar hebben ze groot gelijk in, want het is een centraal onderdeel van Jezus’ leer!
Meestal wanneer mensen spreken over Jezus’ wederkomst, dan bedoelen ze de gebeurtenis waar Jezus komt om zijn gezalfde broeders op te halen van de aarde en hen mee zal nemen naar de hemel. Maar Jezus vertelde ook iets anders over zijn wederkomst: dat zijn wederkomst ook met het oordelen van de mensheid te maken heeft. Dit zijn niet twee verschillende komsten, maar één wederkomst van twee kanten bekeken. — Mattheüs 24:36, Handelingen 1:7. Laten we de twee bijbelschriftplaatsen erbij nemen om te zien wat Jezus precies verteld heeft.
“Als ik heengegaan ben en een plaats voor jullie heb bereid, zal ik terugkomen en jullie met me meenemen, zodat ook jullie kunnen zijn waar ik ben.” — Johannes 14:3.
“Wanneer de Mensenzoon komt in zijn majesteit, samen met alle engelen, zal hij op zijn verheven troon plaatsnemen. Alle volken zullen vóór hem worden samengebracht, en hij zal de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.” — Mattheüs 25:31-32.
In Johannes 14:3 vertelt Jezus dat hij de uitverkorenen, die op dat moment nog levend zijn op aarde, van de aarde weg zal nemen en hen mee zal nemen naar de hemel. En ondanks dat Jezus bij zijn hemelvaart al heerschappij gegeven is (Daniël 7:13-14 “Mensenzoon krijgt heerschappij bij de Oude van Dagen”, Handelingen 2:33-36 “verhoogd”, Efeziërs 1:20-21 “gezet boven alle overheid”, Mattheüs 28:18 “Mij is alle macht gegeven.”) vertelt Jezus in Mattheüs 25:31-32 dat hij op zijn troon van heerlijkheid zal plaatsnemen en zal beginnen de mensheid te oordelen; hij zal dan als rechter gaan ‘zitten’ om de mensheid te oordelen zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. Hij zal mensen oordelen op basis van het feit of we Jezus’ broeders, degenen die tot de Bruidsklasse behoren, hebben gesteund of niet. — Mattheüs 25:31-46.
En heeft Jezus’ wederkomst betrekking op alle mensen op aarde, alleen op christenen, of alleen op leden van de Bruidsklasse*? Laten we eens kijken wat Gods Woord ons hierover vertelt! — Johannes 14:1-4, Mattheüs 24:30-31, 25:31-32, Marcus 13:26, Lukas 21:27, Openbaring 1:7.
*gezalfde broeders betekent hetzelfde als Jezus’ broeders (niet zijn broers en zussen) en leden van de Bruidsklasse.
Voor wie is deze informatie van belang? Is het alleen voor christenen, alleen voor leden van de Bruidsklasse, of is het voor iedereen van belang? De periode die begint met de wederkomst van Jezus is voor iedereen op aarde van belang! Gods Woord vertelt ons dat Jezus de mensheid zal beginnen te oordelen op basis van het feit of we de leden van de Bruidsklasse hebben gesteund of niet. Dat is dus enorm belangrijke informatie! Want zo weten we waar we ons extra voor moeten inspannen om positief geoordeeld te worden! Tevens weten we dat de Bruidsklasse een speciale klasse is, die naar de hemel gaat, en dat we dus niet zomaar moeten vertellen “alle gelovigen behoren tot de Bruidsklasse” of “alle gelovigen gaan naar de hemel” of “alle gelovigen zijn uitverkorenen en leiderschap van Gods Koninkrijk!”. — Mattheüs 24:21, 25:31-46, Psalm 110:2, 2 Timoteüs 3:1, Daniël 8:19.
En dan zal de laatste oorlog die ooit zal plaatsvinden, de grote dag van de Almachtige God, de Armageddon, plaatsvinden! Eindelijk komt er een einde aan het leed dat al millennia lang op aarde heerst, met name het extreme lijden tijdens de Grote Verdrukking zal dan ten einde gebracht worden!
“Maar in die periode, na die verdrukking, zal de zon worden verduisterd en zal de maan geen licht meer geven. De sterren zullen uit de hemel vallen en de krachten die in de hemel zijn, zullen worden geschud. En dan zullen ze de Mensenzoon in de wolken zien komen met grote kracht en majesteit. En dan zal hij de engelen eropuit sturen en zal hij zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het uiteinde van de aarde tot het uiteinde van de hemel.” — Marcus 13:24-27.
“En net zoals mensen eens en voor altijd sterven en daarna geoordeeld worden, zo werd ook de Christus eens en voor altijd geofferd om de zonden van velen te dragen. De tweede keer dat hij komt, zal het niet zijn om zonde weg te nemen. Hij zal gezien worden door degenen die vol verlangen naar hem uitzien voor hun redding.” — Hebreeën 9:27-28.
“Hij die van deze dingen getuigt, zegt: ‘Ja, ik kom snel.’ Amen. Kom, Heer Jezus!” — Openbaring 22:20.
“Houd je verstand erbij, wees waakzaam! Je tegenstander, de Duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar iemand die hij kan verslinden.” — 1 Petrus 5:8.
De Bijbel spreekt over een specifieke, uitdagende periode die voorafgaat aan een definitieve verandering in de wereldgeschiedenis. Deze overgangsperiode wordt in Gods Woord vaak “de eindtijd” of “de laatste dagen” genoemd. Volgens de Bijbel is deze periode al aangevangen in de eerste eeuw, vanaf de uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren (Handelingen 2:16-17, Hebreeën 1:1-2). De apostel Paulus schreef hierover dat dit tijdperk naarmate het vordert gekenmerkt zou worden door toenemende druk: “Weet wel dat er in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken.” — 2 Timoteüs 3:1.
Toen Jezus’ discipelen vroegen naar de toekomst, voorspelde hij dat deze periode gekenmerkt zou worden door wereldwijde onrust en grote problemen. Zijn doel met deze waarschuwingen was echter niet om angst aan te jagen of paniek te zaaien. Integendeel: Jezus deelde deze informatie juist om mensen houvast te geven. Door te weten in welke tijd we leven en wat er gebeurt, kunnen mensen de chaos in de wereld in perspectief plaatsen, waakzaam blijven en hun innerlijke rust bewaren. Jezus en zijn apostelen gaven een duidelijk overzicht van de tekenen waaraan we deze moeilijke periode kunnen herkennen:
De tekenen die Jezus noemde, in algemene woorden:
- Veel oorlogen — Mattheüs 24:6-7, Openbaring 6:4.
- Er zullen vele valse profeten komen — Mattheüs 24:5, 11.
- Grootschalige epidemieën — Lukas 21:11.
- Veel voedseltekorten — Mattheüs 24:7, Lukas 21:11.
- Veel aardbevingen — Mattheüs 24:7.
- Milieuvervuiling, waarbij mensen de aarde vernietigen — Openbaring 11:18.
- Christenen worden onderdrukt, gehaat of gedood vanwege de naam van Jezus — Mattheüs 24:9.
- Velen zullen struikelen, elkaar verraden en elkaar haten — Mattheüs 24:10.
- Toename van criminaliteit en grootschalige wetteloosheid — Mattheüs 24:12.
- Degeneratie van gedrag — 2 Timoteüs 3:1-4.
- De liefde zal bekoelen; de liefde voor God zal afnemen — Mattheüs 24:12, 2 Timoteüs 3:4.
- Huichelarij in religies, met geloof maar zonder kracht (vals geloof) — 2 Timoteüs 3:5.
- Onverschilligheid en spot (mensen zullen de tekenen niet geloven en ze zelfs bespotten) — Mattheüs 24:37-39, 2 Petrus 3:3-4.
- Vervulling van profetieën tegelijkertijd en niet slechts enkele daarvan — Mattheüs 24:33.
- Groter begrip van bijbelse profetieën — Daniël 12:4.
- Het goede nieuws van het Koninkrijk zal wereldwijd worden gepredikt — Mattheüs 24:14.
“Jullie zullen horen van oorlogen en berichten van oorlogen. Raak niet in paniek, want die dingen moeten gebeuren, maar het is nog niet het einde.” — Mattheüs 24:6.
“Wanneer deze dingen beginnen te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd omhoog, want je bevrijding is nabij.” — Lukas 21:28.
Jezus gaf ons tekenen om te herkennen wanneer de Grote Verdrukking begint. Een belangrijk herkenningspunt vinden we in Marcus 13:14 “Maar wanneer jullie het walgelijke ding dat verwoesting veroorzaakt, zien staan waar het niet hoort (lezer, gebruik inzicht), moeten degenen die in Judea zijn naar de bergen vluchten.”
Historisch gezien is het eerste deel van de profetie in vervulling gegaan in 70 n.Chr., toen de Romeinse legers de tempel in Jeruzalem omsingelden en verwoestten (zie Lukas 21:20-24). Naast deze historische gebeurtenis, wijst dit patroon volgens Bijbelse profetieën ook vooruit naar de Grote Verdrukking in de eindtijd.
Jezus legt zelf het directe verband tussen het ‘walgelijke ding’ en het begin van de Grote Verdrukking. Mattheüs geeft de volledige versie met de bron erbij, terwijl Markus de kortere versie deelt:
“Wanneer jullie dus het walgelijke ding dat verwoesting brengt, waarover gesproken is door de profeet Daniël, zien staan op een heilige plaats – wie dit leest moet onderscheidingsvermogen gebruiken – dan moeten degenen in Judea naar de bergen vluchten.” — Mattheüs 24:15-16. (Zie ook Markus 13:14)
Direct daarna volgt de aankondiging: “Want dan zal er een grote verdrukking zijn zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld tot nu toe, en er ook nooit meer zal zijn.” — Mattheüs 24:21. (Zie ook Markus 13:19)
Het geeft ons een herkenningspunt: zodra die ontheiliging zichtbaar wordt, is dat het startsein om te vluchten.
Achtergrond in Daniël: Daniël 9:27, 11:31 en 12:11 spreken over het stopzetten van het constante offer en het oprichten van een walgelijk ding dat verwoesting veroorzaakt. Paulus en Johannes beschrijven hier een toekomstige vervulling van: de mens van wetteloosheid die in Gods tempel gaat zitten en zich als een god voordoet (2 Thessalonicenzen 2:3-4) en het wild beest dat aanbidding opeist (Openbaring 13:14-15).
De rol van het ‘walgelijke ding’
In de eindtijd wordt dit ‘walgelijke ding’ vaak in verband gebracht met het scharlakenrode beest met zeven koppen uit Openbaring 17. Binnen de profetische uitleg wordt dit beest gezien als een verwijzing naar de Verenigde Naties. De reden hiervoor is een treffende parallel met Openbaring 17:8, waar over het beest wordt gezegd: het “was, is niet, en zal opstijgen uit de afgrond”.
Veel Bijbelonderzoekers zien in de moderne geschiedenis een symbolische vervulling van deze tekst:
- Het was: De oprichting van de Volkenbond na de Eerste Wereldoorlog als internationale vredesorganisatie.
- Het is niet (in de afgrond): Tijdens de Tweede Wereldoorlog faalde de Volkenbond in haar doel en raakte de organisatie volledig inactief en machteloos (symbolisch de “afgrond”).
- Het stijgt op uit de afgrond: Na de oorlog herrees dit internationale vredesinitiatief krachtig onder een nieuwe vorm: de Verenigde Naties.
Dit is een patroon dat niet van toepassing is op bijvoorbeeld de NAVO of individuele regeringen omdat zij niet binnen het ‘het was — het is niet — het is weer wel’ patroon passen. Naar verwachting past dit patroon beter bij een wereldwijde vredescoalitie.
De verwachting is dat deze organisatie (de VN) in de eindtijd een coalitie zal vormen die zich keert tegen valse religies, en hen zal verwoesten (Openbaring 17:16). Jezus voorspelde dat deze aanval de start van de Grote Verdrukking markeert (Mattheüs 24:15, Marcus 13:14).
De aanval op de ware aanbidders.
Nadat het beest met de zeven koppen de valse religies heeft aangevallen, zal het vizier worden verlegd. Er ontstaat een internationale coalitie, die door de profeet Ezechiël “Gog van het land Magog” wordt genoemd (Ezechiël 38:1, 2, 9-12, 18-23). De verwachting is dat deze coalitie een ultieme aanval zal inzetten op Gods echte aanbidders, de Ware Christenen.
God, onze hemelse Vader, zal deze aanval echter niet laten slagen. Zoals Jezus in Mattheüs 24:20 en Marcus 13:20 beloofde, zal God “de dagen verkorten” om de uitverkorenen te beschermen, omdat anders geen mens gered zou worden. Hij zal ingrijpen en de aanval op Zijn aanbidders stoppen. En dat is het moment dat de laatste oorlog, Gods ingrijpen zal gebeuren. De laatste oorlog die ooit zal plaatsvinden, de Armageddon, zal een einde maken aan alle narigheid!
“Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld tot nu toe, en er ook nooit meer zal zijn. En als die dagen niet verkort werden, zou geen mens gered worden.” — Mattheüs 24:21-22.
“Ze zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal ze overwinnen omdat hij Heer der heren en Koning der koningen is. Ook degenen bij hem die geroepen en uitverkoren zijn en die trouw zijn, zullen overwinnen.” — Openbaring 17:14.
Wanneer Satans eindstrijd begint, te beginnen met de ‘weeën van benauwdheid’ die steeds meer uit de hand lopen en vervolgens aanleiding geven tot de Grote Verdrukking, zullen de mensen op aarde gevaarlijke tijden tegemoet gaan. Vooral wanneer de Grote Verdrukking eenmaal is begonnen, zullen de tijden voor de mensheid buitengewoon moeilijk zijn. De sterren zullen uit de hemel vallen, de maan zal niet meer schijnen en zelfs de zon zal verduisterd worden. Het zal een Grote Verdrukking zijn zoals er nog nooit eerder is geweest en ook nooit meer zal zijn. God zal zelfs de dagen moeten verkorten, anders zal er helemaal geen mens gered worden. — Lees Mattheüs 24.
“Onmiddellijk na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar licht niet meer geven, en de sterren zullen uit de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen wankelen. Dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel, en alle stammen der aarde zullen zich in smart slaan, en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met macht en grote heerlijkheid.” — Mattheüs 24:29-30.
Wat Gods Koninkrijk in de toekomst zal doen:
- Jezus en zijn engelen zullen afrekenen met Satan en demonen. — Openbaring 12:7-12, 20:1-3.
- Jezus zal regeren als Koning. — Daniël 7:13-14, Openbaring 11:15.
- Jezus zal de mensheid oordelen zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. Hij zal mensen oordelen op basis van het feit of ze Jezus’ gezalfde broeders, degenen die tot de Bruidsklasse behoren, hebben gesteund of niet — Mattheüs 25:31-46.
Laten we eens kijken wat er vanaf het begin van de Grote Verdrukking te gebeuren staat.
- Ten eerste zal de vernietiging van valse religies snel plaatsvinden, onder leiding van de politieke machten die worden vertegenwoordigd door de Verenigde Naties. Het scharlakenrode beest met zeven koppen zal proberen de in purper geklede prostituee die op het beest rijdt te verslinden. — Openbaring 13:1, 17:1, 17:3, 17:5, 17:15-18, 18:9-10, 18:21.
- Er zal een aanval plaatsvinden op de Ware Christenheid. Een coalitie van naties, door Ezechiël aangeduid als “Gog van het land Magog”, zal proberen degenen die deel zijn van de Ware Christenheid uit te roeien. De Almachtige God, onze hemelse Vader, zal Zijn aanbidders echter tegen kwaad beschermen. — Ezechiël 38:1, 2, 9-12, 18-23.
- Jezus zal de overgebleven leden van de Bruidsklasse die nog op aarde leven, verzamelen en naar de hemel brengen. — Mattheüs 24:31, Johannes 14:3, 1 Korintiërs 15:50-53, 1 Tessalonicenzen 4:15-17, Openbaring 5:9-10, 17:14, 20:4-6.
- De Armageddon zal beginnen. Deze dag staat ook bekend als “de grote dag van God de Almachtige”. — Openbaring 16:14-16, Jesaja 13:9, 2 Petrus 3:12. Het is geen meteoriet, vulkanische activiteit of iets anders dan de laatste oorlog die ooit zal plaatsvinden! God grijpt in door Zijn Koninkrijk in werking te stellen om een einde te maken aan alle ellende op aarde! Degenen die door Jezus Christus ongunstig worden beoordeeld, zullen worden vernietigd, en dit omvat ook het wereldwijde politieke systeem op aarde. — 2 Tessalonicenzen 1:6-10, Openbaring 19:19-21.
- Opsluiting van Satan en demonen. Satan en zijn demonen zullen worden opgesloten in de afgrond. Ze zullen na de Armageddon 1000 jaar lang in een staat van doodachtige inactiviteit worden gehouden. Tot dan kunnen ze geen verder leed veroorzaken. — Openbaring 20:1-3, 20:7.
- Het millennium, of de duizendjarige dag des oordeels, begint. Nu alle oorzaken van ellende zijn weggenomen, is Gods Koninkrijk de enige regering of het enige politieke systeem dat overblijft, en het zal 1000 jaar lang over de aarde en haar bewoners heersen. Het zal een paradijs op aarde vestigen, wereldwijde vrede brengen, de mensheid leren om volmaakt goed en gezond gedrag te vertonen, en de mensheid vele andere zegeningen schenken! — Openbaring 20:6, Psalm 37:11, 29.
Gods Koninkrijk zal dan:
- De doden opwekken (allen die in Gods herinneringsgraf slapen) — Johannes 5:28-29.
- De milieuproblemen van de aarde oplossen — Jesaja 35:1-2.
- De honger in de wereld uitbannen — Psalm 72:16.
- Voor een volmaakte gezondheid voor iedereen zorgen — Jesaja 33:24.
- De gevolgen van dood en veroudering ongedaan maken — Openbaring 21:3-4.
- Wereldvrede en veiligheid tot stand brengen — Jesaja 54:13, Micha 4:4.
- Mensen leren wat ze moeten weten om eeuwig te leven — Johannes 17:3.
Maar daarover meer in hoofdstuk 7 - Eeuwig leven!
❤
Wilt u de volledige lering offline bewaren?
Download Volledige PDF